De denkbasis

Filosoferen over gedachten: ‘Hoe teken je een gedachte?’

gedachten gedachtenwereld

‘Als je ergens aan denkt, dan zie je het gewoon in je hoofd en dan teken je dat’.

Gedachten, wat zijn dat eigenlijk? en ‘hoe zien gedachten eruit?’.

De kinderen van de groepen 3 tot en met 5 van de Kleine Vliegenier in Utrecht-Zuilen, filosoferen en creëren in vier pauzes met elkaar over ‘denken’ en ‘gedachten’.
Ze doen denkspelletjes en duiken in de gedachtewereld van een steen, baby of vogel.
Vervolgens bedenken ze een personage of fantasiefiguur die ze willen zijn en verbeelden ze de gedachtewereld van die figuur in een tekening.
In de laatste les voeren ze een kort gesprek aan de hand van een ‘ja/nee’-spel.
Enkele uitspraken en gespreksfragmenten:

Wie of wat zou je willen zijn?

‘Ik wil mezelf zijn omdat ik dan kan worden wat ik wil’.
‘Een berggeit, omdat ik dan hoog kan klimmen’.
‘Een kat, omdat je dan steeds geaaid wordt’. (drie kinderen)
‘Mezelf, omdat ik gewoon mezelf wil blijven’.
‘Cheeta, omdat hij heel snel is’.
‘Een éénhoorn omdat hij magische krachten heeft en ik kan op de regenboog staan’. (twee kinderen)

Een denkspel over ‘Wie en wat kan denken’:

Een druk mens:
– ‘Ja, want alle mensen kunnen denken’.
– ‘Nee hoor, want als je heel druk bent dan kan je wel nadenken
– ‘Maar niet zo goed, want dan heb je andere dingen in je hoofd’.’Maar niet alle mensen kunnen denken, want sommigen zijn dement’.

Wat is dat: ‘dement’, wie weet dat?
‘Dan ben je vergeetachtig’.

Dus als je dingen vergeet dan kan je niet meer denken?
– ‘Jawel, zegt een meisje naast hem, ik vergeet ook wel eens iets maar ik kan nog steeds denken’.
– Daar is haar buurman het niet me eens: ‘Maar niet als je dood bent, dan kan je niet meer denken. Niks werkt meer in je lichaam’.
– ‘Maar de gedachten blijven wel in je hoofd, die gaan niet weg’.

Denkfragmenten uit het ‘ja/nee’ spel

‘Denken grote mensen aan andere dingen dan kinderen?’
– ‘Kinderen denken aan spelen en grote mensen denken aan werk’.
– ‘Volwassenen denken ook wel aan kinderen, niet alleen aan werk en daarom denken ze soms aan dezelfde dingen’.

Hoe zie jij jouw gedachten in je hoofd?

– ‘In woorden. Ik stel iedere keer de vraag: ‘Kan ik een éénhoorn zijn?’, ‘Kan ik dit zijn of dat?’, en dan komt er vanzelf een antwoord in woorden. Ik kan nooit in filmpjes denken, als mijn juf voorleest dan zie ik geen filmpje maar allemaal woorden’.

Kun je ook geen gedachten hebben?

– ‘Nee, ik krijg mijn gedachten nooit uit. Ik kan nooit aan niks denken, ik moet altijd aan iets denken. Bijvoorbeeld ik denk aan een éénhoorn en dat gaat nooit meer weg. Nou ja, dan komt er een andere gedachte. Maar zo gaat het de hele tijd door’.
– Iedereen in koor: ‘Dat heb ik nou ook!’
– ‘Jawel hoor, als je aan niks denkt dan denk je aan niks’.
– Maar daar is een meisje uit de groep het helemaal niet mee eens: ‘Dat kan niet, want één ding gaat nooit dood en dat is je ziel, en die ziel die blijft altijd leven. Je kan hem niet zien maar hij is er wel en eigenlijk blijf je dan altijd denken, ook als je dood bent’.

Hierna moeten de kinderen helaas alweer terug naar de les en is de denkpauze voorbij..

Wil je ook met kinderen gaan filosoferen in het volgende schooljaar? Of tijdens de ‘Kinderboekenweek’ over het thema ‘Vriendschap’ of tijdens de week van de ‘Lentekriebels’?

De kinderboekenweek loopt van woensdag 3 oktober tot en met zondag 14 oktober 2018.
Er zijn ook kant en klare lessen en projecten over andere thema’s die ik kan geven of ik kan een lessenserie op maat verzorgen.
Net wat de school wil.

Neem contact met mij op als je interesse hebt. Er is veel mogelijk.
Stuur een mail of bel: 06 – 489.73.889

 

Dit blog verscheen het eerst op wijsgierigaagje.nl op 19 april 2018.

Abonneer je op mijn blog

De plusklas filosofeert: Hebben alle vragen één juist antwoord?

plusklas-OBSOoginAl

De kinderen van de drie plusklassen van de Montessori OBS Oog in Al in Utrecht, filosferen een uur over ‘vragen en denken’.
Vanuit verschillende denkspelletjes en een gesprek onderzoeken de kinderen met elkaar deze onderwerpen.

Via een ‘vragenspel’ maken ze kennis met het bestaan van verschillende soorten vragen. En wat precies het verschil is tussen deze vragen.
Maar ook: Welke vragen hebben maar één juist antwoord en welke niet?
Tijdens het denkspel: ‘Wat denkt wel?’ en ‘Wat denkt niet?’ moeten de kinderen verschillende kaartjes met afbeeldingen (steen, boom, vis, baby, robot, computer etc.) indelen bij ‘denkt wel’ of ‘denkt niet’. Uiteraard moeten ze daar ook een reden of een argument bij geven. Andere kinderen kunnen de argumenten aanvullen of de kaartjes verplaatsen als ze een tegenargument hebben. Zo ontstaan er levendige gesprekken over denken en wat dat dan precies is.

Elke groep reageerde weer anders op de vragen en opdrachten. En dat maakt filosoferen juist zo verrassend. Je leert kinderen op een hele andere manier kennen.
En je ontdekt vooral ‘hoe’ ze denken.
Zo reageerde de ene groep vol enthousiasme en kwam de groep met allerlei ideeën en een stortvloed aan uitspraken en reageerde de andere groep juist meer bedachtzaam en werd er op een rustige, orderlijke manier op elkaar gereageerd.

Twee gespreksfragmenten van de groepen 4 tot en met 7 die het denkspel: ‘wat denkt wel’ en ‘wat denkt niet’ doen.
Aan het begin van het denkspel ligt het plaatje van de aap nog bij ‘denkt niet’.

– ‘De aap kan niet denken want hij kan niet praten’
– ‘Hij kan wel denken, omdat ze met hun eigen groep kunnen communiceren, in een eigen taal’
– ‘Hij is familie van de mensaap, mensen kunnen denken, dus ook apen kunnen denken, ze lijken ook op mensen, maar alleen dan bloot’
– ‘Apen zijn de slimste dieren. Omdat ze de voorouders zijn van de mensen, apen kunnen zelf overleven en dat kan alleen als je kunt denken’
– ‘De aap weet hoe hij in een boom moet klimmen, kan vechten, en overleven’
– ‘Ja, mensen zijn ook dieren, apen lijken op mensen, dus kunnen zij ook denken’

Q: Waar denk je mee?

– ‘Met je geest, midden in je hersenen zit een heel groot huis, een soort bestuurbaar ding zit er in je hoofd’

Q: Maar als ik met mijn voet schop, denkt mijn voet dan?

– ‘Ja, je hebt een hoofdgeest die zit in je hoofd, je hebt ook een voetgeest die zit in je voet, en een handgeest in je hand’

Q: Kun je dan met je hele lijf denken?

– ‘Ja, maar als je geen voet hebt, kun je niet met je voet denken’

Q: En met een kunstvoet?

– ‘Dan wordt er een nieuwe geest in je voet gestopt. Je been is dan gesplitst in stukjes’
-‘Eigenlijk kan je wel met je hele lijf denken, want alles zit aan je hersenen gekoppeld’

Q: Hoe zit het dan bij apen?

-‘Ja, bij apen ook’

Q: Is er dan geen verschil met mensen?

-‘Jawel, ze hebben ietsje kleinere hersenen. Ze kunnen niet alles onthouden of in een agenda opschrijven’
Dan zegt een meisje ineens: ‘Heeft jouw haar dan ook een geest?’
-‘Elk haartje heeft een geest’
-‘O, wow!’
-‘Nee, haar kan niet zelf denken, want het haar kan niet vanzelf rechtop staan. Of een banaan pakken’

Q: Weet je haar wel dat hij moet groeien?

-‘Ja, dat doet je geest in je haartje. Die zit in het bovenste gedeelte van je haar. Want daar zit je geest, en om de zo veel tijd gaan ze in elk haartje vergaderen of ze moeten groeien of niet’

We ronden dit gesprek af en pakken een nieuw kaartje:
Het kaartje met de ‘robot’ wordt gekozen en neergelegd bij ‘denkt wel’:
-‘Die is geprogrammeerd, dus dan denkt hij wel. Hij heeft een soort chip in zijn hoofd waar alles op staat’

Q: Kan hij zonder chip denken?

-‘Nee dan niet (Het kaartje verschuift naar ‘denkt niet’.) programmeurs hebben alles in zijn chip gestopt, zodat hij zogenaamd zelf kan denken en zonder chip kan hij niet denken. Dat doet hij niet zelf”
-‘Wij kunnen ook niet zonder hersenen denken’

-‘Je moet niet zo ver graven, hij denkt wel omdat er iets is ingestopt, als er bij ons geen hersenen in zijn gestopt, kunnen wij ook niet denken’.  (Het kaartje verschuift weer terug naar ‘denkt wel’.)
-‘Maar er heeft niemand hersenen bij ons erin gestopt. Dat is gewoon vanzelf gegaan in de buik van je moeder. Niemand heeft gezegd, bijvoorbeeld een reus, zo van: ‘Zo nieuwe hersenen voor Laura”
Dat is gewoon met ons lijf mee gegroeid. Bij ons heeft niemand het er in gestopt

-‘Stel dat het er wel bij ons is ingestopt, zouden we dan ook niet zelf kunnen denken?’
-‘Door wie dan?’
-‘Robots kun je aan en uit zetten, een mens niet. Een mens kun je wel uitzetten door een mes in zijn hart te steken, maar dat is nou niet zo heel erg vrolijk, dan doet hij het niet meer’
-‘Dode mensen hebben geen hersenen. Ze hebben ze wel maar ze doen het niet meer. En die worden er soms uit gehaald. Maar wat wordt ermee gedaan, die worden aan levende mensen gedoneerd, kunnen die levende mensen dan ook opeens niet meer denken?’
-‘Er zijn wel mensen zonder hersenen, want die zijn er uitgehaald omdat de mensen dood zijn. En meestal stoppen ze die ‘klik’ zo in het hoofd van iemand anders die leeft’
-‘Nee, want die hersenen die werken niet meer, want als je dood bent kunnen die hersenen niet meer gaan werken, dat kan niet.
-‘Het wordt ook gedaan met andere lichaamsdelen’
-‘Maar met hersenen dan ben je ineens iemand anders’
-‘Maar als je die dode hersenen dan in iemands anders hoofd stopt, dan is diegene ook dood’
-‘Als je hersenen dood zijn, dan kunnen je hersenen je niet meer aansturen, niet meer ademen’

-Mmm, zegt dan ineens een meisje, ‘Ik denk, dus ik ben een mens’. (Descartes?)
En daar sluiten we dit gesprek mee af.

Waar ze nu in eigen woorden op uitkomen is dit:
– ‘Het grote verschil met een robot en een mens is dat het geheugen er bij een robot is ingestopt en bij een mens niet en daarom de robot niet kan denken’

Wil je deze les ook eens bij jou op school in de plusklas of in een andere klas doen?
Neem dan per mail contact met mij op of bel: 06-489.73.889

Dit blog verscheen het eerst op www.wijsgierigaagje.nl op 13 december 2017 en is aangepast op 19 april 2018

Abonneer je op mijn blog

Blog

Wil je op de hoogte blijven van mijn blog? En regelmatig ‘denkpost’ ontvangen rondom filosoferen met kinderen? Abonneer je dan op mijn blog, en ontvang de laatste berichten in je inbox.

plusklas-OBSOoginAlDe kinderen van de drie plusklassen van de Montessori OBS Oog in Al in Utrecht, filosoferen een uur over ‘vragen en denken’.
Vanuit verschillende denkspelletjes en een gesprek onderzoeken de kinderen met elkaar deze onderwerpen.

Met een ‘vragenspel’ maken ze kennis met het bestaan van verschillende soorten vragen. En wat precies het verschil is tussen deze vragen.
Maar ook: Welke vragen hebben maar één correct antwoord en welke niet?
Tijdens het denkspel: ‘Wat denkt wel?’ en ‘Wat denkt niet?’ moeten de kinderen verschillende kaartjes met afbeeldingen (steen, boom, vis, baby, robot, computer etc.) indelen bij ‘denkt wel’ of ‘denkt niet’. Lees meer.

Kinderlogica-Pakhuis-de-Zwijger

 

Denken, durven, doen!

Bijeenkomst rondom het boek ‘Kinderlogica’ van Sabine Wassenberg in
Pakhuis de Zwijger op 19 september ’17.

Terwijl iedereen het heeft over de 21st-century-skills lijkt het vermogen om helder te leren denken soms bijna prehistorisch in het onderwijs van tegenwoordig. In het boek ‘Kinderlogica’ neemt Sabine Wassenberg ons mee in haar ervaringen als filosofiedocent op multiculturele basisscholen.
De op waarheid gebaseerde gesprekken, verhalen en gebeurtenissen die omschreven zijn in het boek gaan in op hedendaagse vraagstukken:
– Wat is burgerschap?
– Zijn we allemaal gelijk?
– Wat is het verschil tussen geloof en wetenschap?
– Wat is een cultuur?
– Moet je voor iedereen respect hebben?
– En mag je zelf kiezen van wie je houdt?
Lees meer

Beeld: Elise Volker

Les 2 uit ‘De reis door de kunst in 6 vragen’ gaat over ‘wat kunst is en of kunst ook kan mislukken’.

Ik gaf deze les aan vier klassen op twee basisscholen uit Utrecht-Zuilen. Ik liet de kinderen een aantal afbeeldingen van kunstenaars zien op het digibord. Zo ook de Pindakaasvloer van Wim. T. Schippers, met de vraag: ‘Is pindakaas kunst?’ En dat gaf uiteenlopende reacties.
Lees meer

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren