Creatief denken

Is pindakaas kunst?

Les 2 uit  De reis door de kunst in 6 vragen’ gaat over ‘wat kunst is en of kunst ook kan mislukken’.

Ik heb deze les gegeven aan twee groepen 4 en de groepen 5, 6 en op twee basisscholen uit Utrecht en liet de kinderen een aantal afbeeldingen van kunstenaars zien op het digibord. Zo ook de Pindakaasvloer van Wim. T. Schippers.
En zo kwam de vraag: ‘Is pindakaas kunst?’ En dat gaf uiteenlopende reacties.

Een fragment uit het gesprek:

‘Dat is geen kunst, dat is pindakaas dus dat is geen kunst’.
‘Als dit kunst is, is het zonde om zoveel pindakaas te gebruiken voor een kunstwerk, veel mensen hebben niets te eten’.
‘Dit is gewoon voedselverspilling’.
‘Toch staat het in een museum’, zeg ik.
‘En als het in een museum staat, is het kunst?, daar ben ik het niet mee eens’, zegt Anouar.
‘Dan kan ik thuis ook de vloer insmeren met pindakaas, dat is dan toch ook kunst?’.
‘Ja, maar dat staat niet in een museum’.

Hier maakt hij een interessant punt. Heeft kunst dan een museum nodig om als kunst herkend te worden? Het gesprek gaat verder..

‘Dan zou je ook een ‘jamvloer’ of een ‘fruitvloer’ kunnen maken, zegt Liza.
‘Of een pizzavloer, mmm lekker’. De kinderen beginnen door elkaar te associëren en worden steeds enthousiaster.
‘Is dat dan kunst?’
‘Ehm, als ik wil dat het kunst is, dan is dat zo, het hoeft niet persé in een museum te staan’.
‘Eigenlijk kun je met alles dan wel kunst maken, het is maar net wat je ermee doet’, zegt Stefan ineens.
‘Oja?’
‘Ja, het gaat om het idee dat je hebt’.

Ik pak een pot pindakaas en zet het op tafel.
‘Is pindakaas kunst?’, vraag ik.

‘Nee, want het zit nu nog in een pot’.
‘Wanneer wordt pindakaas dan wel kunst?’ Daar moeten de kinderen even over nadenken.
‘Nou, zegt Stefan weer, het gaat om de bedoeling van de kunstenaar, wat hij van plan is ermee te doen’.
‘Ook al zit de deksel nog op de pot?’, zegt Saïda.
‘Ja, als het idee in je hoofd zit, is het er al, je moet het alleen nog doen’.
En daar is eigenlijk iedereen het er wel over eens.

Q: En hoe zit het met het idee dat dit voedselverspilling is?

‘Dan moet je voedsel kweken voor kunst’.
‘Of eten dat over de datum is’.
‘Haha, dan krijg je ‘rotte kunst’, zegt Liza ineens.
Na het gesprek zijn de kinderen zelf met potten pindakaas (en potten bebogeen, voor diegenen met een pinda-allergie) aan de slag gegaan. En werd er nog over na gefilosofeerd over of dit wel of niet kunst was en of het in een museum kon hangen.

Een hilarische les waar de inhoud van de koelkast thuis en de boterham uit het broodtrommeltje een hele andere betekenis krijgt. Je kunt deze les natuurlijk ook met ander eetmateriaal (eetkunst) doen dat je op eet als het kunstwerk af is.
Dan is het idee van voedselverspilling opgelost.

Do try this at home! En voer eens een ander gesprek tijdens het (avond)eten.

Deze les boeken?
Bijvoorbeeld tijdens Suikerfeest, het Kerstontbijt of om de kinderen anders naar kunst te laten kijken?
Neem dan contact met mij op om de mogelijkheden te bespreken.

Bel: 06-48973889 of mail: info@wijsgierigaagje.nl

Abonneer je op mijn blog

Recensie – Meneer Bork zoekt een woord (4+)

Meneer-Bork-zoekt-een-woordTheaterrecensie: Theatergroep Lange Mannen
– Meneer Bork zoekt een woord (4+). Gezien op 28 december 2016 in het OBA-theater in Amsterdam

‘Meneer Bork zoekt een woord’ is een ‘verwarrend’ leuke meedenkvoorstelling met rare vragen en waar geen woord te gek is.

‘Maar wat is een woord?
Waar is een woord dat er nog niet is?
En welk woord past bij hoe jij je voelt?’

Een aantal vragen waar Meneer Bork zoal mee worstelt als hij op een dag niet meer weet hoe hij zich voelt.
De dagen van Meneer Bork zijn voorspelbaar en hebben een vast ritme.
Elke gebeurtenis en ontmoeting is tijd en plaats gebonden. Getuige te zijn van deze dagelijkse herhalingen werkt op zich al op de lachspieren.

Totdat op een dag woorden en dingen Meneer Bork ineens verwarren.
Vanaf die dag is niks meer hetzelfde.
Hij haalt tijd en handelingen door elkaar en stelt zichzelf honderden vragen. Zo poetst hij zijn tanden ineens met de krant en stapt hij de deur uit met de verkeerde pet op. Heet zijn vogel in de boom een ‘Flapvliegding’ en vraagt hij aan de groenteboer of hij ‘frammelsap’ heeft. Omdat hij ‘appeldorstig’ is.

De meeste kinderen hebben het al snel door dat alles ineens anders gaat en willen Meneer Bork helpen.
Ze roepen door de zaal, waardoor sommige situaties een hilarisch ‘Jan Klaassen en Katrijn’ gehalte krijgen.

Het is duidelijk, Meneer Bork voelt zich raar en onbegrepen. Maar hoe hij zich voelt weet hij niet. Daarvoor gaat hij te rade bij de mensen die hij elke dag weer tegenkomt. Zijn alleenstaande en ‘verwarde’ buurvrouw (die stiekem ook wel een beetje verliefd op Bork is?), de postbode, de groenteboer en de vogel in zijn boom.  Ze proberen hem te helpen het goede woord te vinden. En dat is nog niet zo simpel.
Maar dan roept Meneer Bork de hulp in van de kinderen uit het publiek.

Kinderen denken samen met de acteurs na over vragen als ‘Wat zijn woorden?’, ‘Hoeveel woorden zijn er eigenlijk?’, ‘Waar vind je de woorden?’ en
‘Hoe noem je iets als je een woord ervoor niet weet?’
Dit ‘uit het spel stappen’, is tamelijk gedurfd en knap gedaan.
Het kan ook een struikelblok worden of onrust veroorzaken.
Maar dat is hier niet het geval.
En met een simpele denkoefening met het publiek wordt iedereen eerst in de denkstand gezet. Een goede zet, want iedereen doet mee.
Helaas durven niet veel kinderen mee te doen aan het gesprek, dat is blijkbaar nog even wennen. Waarschijnlijk zal dat bij schoolvoorstellingen beter gaan, dan worden de kinderen met een lesbrief in de klas voorbereid op de voorstelling (lesbrief is verkrijgbaar bij het gezelschap).
Maar de kinderen die wel hun vinger opsteken komen met ontroerende en opmerkelijke uitspraken.

Een gespreksfragment:

Q: ‘Wat is een woord?’
A:’Een woord is iets dat je kunt zeggen, bijvoorbeeld huis of bed’
‘Als je praat zeg je allemaal woorden’
‘Een woord is een heleboel letters achter elkaar’
Q: ‘Is alles wat je zegt een woord, bijvoorbeeld ‘brabbeltaal?’
A:’Ja, alles is een woord, maar niet alles betekent iets.
Een mooi woord vind ik: gegroet
Een lang woord is: vliegtuig’ (en dat is inderdaad een heel lang ding)
En zo worden er nog meer vragen onderzocht.

Op de dagen erna wordt de verwarring bij Meneer Bork alleen maar groter.
De vragen en nieuwe woorden blijven maar komen.
En de kinderen denken elke dag opnieuw mee op zoek naar het woord.

Q: ‘Waar zijn de woorden dan?
Liggen er misschien woorden onder het gras?’.
A: ‘Er liggen wormen en aarde onder het gras, dat zijn dus ook woorden’.

Q: ‘Liggen er woorden in de winkel?’
A: Ja, in een boekenwinkel.
Als je het koopt, zie je woorden in een boek, een woordenboek.

Q: ‘Is er eigenlijk een baas van al die woorden?’
A: ‘Nee, want alle woorden zijn van iedereen’.
‘Maar op school is dat de juf. Zij is de baas over alle woorden van de kinderen’.
‘Er is een baas, maar iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen woorden’.

Hier zie je dat kinderen met voorbeelden komen uit hun eigen leefwereld, al aardig goed hun gedachten kunnen verwoorden en creatief kunnen denken. Maar in deze setting mee doen aan de gesprekken, is voor de meeste jonge kinderen toch lastig. Daarvoor moet je denk ik iets meer ervaring hebben of wat ouder zijn dan vier jaar.
De vragen die door de acteurs gesteld worden zijn wel van filosofisch goede kwaliteit. Zo ook de manier van doorvragen. Ze prikkelen zeker je denken en je merkt dat er veel tijd aan is besteed. Waardoor de gesprekken en de voorstelling meer naar een filosofisch niveau getild worden. Maar om de betrokkenheid bij de gesprekken wat te vergroten, zou een spelworkshop ‘woorden verzinnen’ voorafgaand aan de voorstelling misschien een idee zijn (met scrabble of plakletters).

De kinderen mogen in de voorstelling zelf ook woorden verzinnen voor hoe Bork zich voelt. En dat is voor iedereen leuk!
Kinderen roepen van alles door de zaal: hallogie, boemboem, verliefderig, sjoetoeha. Maar het woord zit er helaas nog niet bij..

Q: ‘Maar hoe voelt Bork zich dan?’
A: ‘Nou, niet goed’, zegt een kind. De zaal moet lachen. Nee, dat is waar.

Maar is daar dan een woord voor?
Dan zegt een kind ‘hoonie’. En bij Meneer Bork verschijnt een glimlach op zijn gezicht. Dat is het woord dat hij zocht. Nu weet hij eindelijk hoe hij zich voelt..

Meneer Bork wordt gespeeld door Gustav Borreman en de verschillende personages die hij elke dag ontmoet worden gespeeld door Bente Jonker. Jonker heeft daar wel een uitdaging. Ze wisselt vliegensvlug van rol, wat soms wat verwarrend overkomt. Gustav Borreman speelt de onhandige, filosofisch dromerige maar sympathieke Bork. Een innemend en aandoenlijk personage die stuntelt met woorden en taal en almaar hulpelozer wordt. Het stuk speelt zich af in een eenvoudig maar speels decor. Het verrassende is de achterwand waar allemaal kleurrijke afbeeldingen op staan met daarachter openingen, en waar van alles in verdwijnt en uitgehaald wordt.

De tekst is geschreven door Mariëlle van Sauers. De filosofie doordacht door Rod Hageman. De speellijst vind je hier

Ondanks een kritische noot, is deze voorstelling absoluut het bezoeken waard! En kun je er ook thuis nog over door filosoferen of verder spelen met bijvoorbeeld scrabble. Waardering: (4/5)

– Vivienne Janssen

Abonneer je op mijn blog